Deze ramen heb ik toevallig ontdekt met de hulp van het Stadsmuseum/Regionaal Archief Tilburg. Op hun site werd ik verwezen naar cubra.nl een site die helaas uit de lucht bleek. Gelukkig konden ze me in contact brengen met de beheerder en die bezorgde me de volgende informatie over de Triborgh ramen. Met goedkeuring van de beheerder gebruik ik hier de tekst van zijn site.
‘Omdat www.cubra.nl nog steeds uit de lucht is, stuur ik jullie via deze weg het stuk over de Triborgh-ramen, die aan Piet Clijsen worden toegeschreven. Tekst en foto’s zijn zoals ze stonden in het Tilburgs Bijnamenboek op cubra onder het lemma Karel Swagemakers.’
‘Toen de Gebrs. Janssen in 1969 het Triborghcomplex in de Bisschop Zwijsenstraat Zie boven) verliet om in te trekken bij Mommers aan de Kraaivenstraat (foto rechts), werd dit historische complex gekocht door de gemeente Tilburg, met als doel om daar woningnieuwbouw mogelijk te maken. Alleen het ketelhuis met de stokerswoning bleef behouden…..
Op het moment suprême werden enkele bijzondere glas in lood ramen uit het Triborghgebouw, gemaakt door glazenier Clijsen, gered van de sloop door Karel “de Goede” Swagemakers….
Deze ramen hingen in het Triborghgebouw in de periode 1961-’69, toen daar Gebrs. Janssen in was gevestigd. Ze waren een geschenk van het personeel ter gelegenheid van het zilveren directiejubileum in 1959 van Karel “de Kèts” en Jan “de Notaris” Swagemakers.
De ramen bestaan uit twee delen: een man met een lap stof (“stuk”) op zijn schouders. Hij staat voor een wever die bezig is aan zijn getouw. Rechts een ram. Op het raam de volgende spreuk: “Ghij die wel op uw handwerk let, Maek toch het stuk uws levens net.”; daarnaast een vijfluik met centraal het Triborch raam en verder vier ramen die beroepen in de wollenstoffensector weergeven.
Vervolgens heb ik de heer Karel Swagemakers via mail kunnen benaderen met enkele vragen. Hij bleek zéér bereid mij te helpen.
Het grote raam, met de man met de lap stof over zijn schouder in het midden, kwam in de familie toen C. Mommers & Co, Gebroeders Jansen overnam.
Jarenlang heeft het raam in de schuifdeuren van de woning van de heer jan Swagemakers gehangen. Na zijn overlijden en dat van zijn vrouw kreeg Karel Swagemakers het aangeboden. Inmiddels hangt het in een speciaal ontworpen lichtkast in zijn woning in Maastricht. De bedoeling is het raam bij overlijden te schenken aan het Textielmuseum in Tilburg.
De vijf kleinere ramen zijn afbeeldingen van Triborgh én vier beroepen in de wollenstoffen sector. Karel Wagemakers heeft dit raam privé overgenomen toen C. Mommers & Co Gebr. Jansen overnam. Vervolgens plaatste hij het raam in zijn privéwoning in Meersen. Toen hij daar vertrok verhuisde het raam naar Goirle, naar het huis van broer Cees. Die liet er een lichtbak omheen maken en schonk het raam aan zijn zoon Charles, in wiens huis in Gouda het nu hangt.
Ik heb bewust dit uitgebreide verhaal over de Triborgh ramen hier beschreven. Het laat zien hoe eigenaren van kunst, zelfs vrij moeilijk toonbare kunst voor in een privéhuis, eraan kunnen hechten en al het nodige doen om die te bewaren. Mijn waardering hiervoor als nabestaande is uiteraard groot.
Links: het vijfluik dat al in de wachtkamer van Triborgh hing toen de Gebrs. Janssen daar in 1961 introk. De naam Triborgh is toen door de nieuwe eigenaar veranderd in Tilborgh.
Rechts: een close-up van de centrale ruit van het vijfluik. Het gemeentewapen van Tilburg met de drie torentjes, waar de naam Triborgh van afgeleid was, wordt ondersteund door twee putti. Erboven de kop van een ram. Ook in de tekst onder wordt naar het gemeentewapen verwezen. De naam is dan al veranderd in Tilborch of Tilborgh.
Links: de ruit linksboven in het vijfluik, met de spoelster. Tekst: “Waer gaet gij heen, draad die ick spoel. ‘t Heeft al, als ick, syn eijchen doel.”
Rechts: de ruit rechtsboven met de stopster. Tekst: “Geen lichte taeck valt mij ten deel, die stoppende maeck’ de stucken heel.”
Links: de ruit linksonder in het vijfluik. Tekst boven: “De Kruikezeikers” en beneden: “We zeiken hier ammol in ‘n kruik. Doarom ston w’in zonne goeie ruik.”
Rechts: de ruit rechtsonder. Tekst: “ We hebbe de schonste stad van ‘t laand, en onze vaddder is fabrikaant.”



