‘Het was voor mij een stille hoop u te kunnen ontmoeten bij de goed verzorgde tentoonstelling van uw vader Piet Clijsen, omdat ik denk een deel van een verloren raam in mijn bezit te hebben dat mogelijk van zijn hand is.’
Door alle drukte tijdens de tentoonstelling lukte het helaas niet elkaar persoonlijk te ontmoeten. Gelukkig besloot Piet Jonkers het daar niet bij te laten en stuurde me een mail met zijn informatie en foto van het raam dat hij bezit.
Tegen de fabriek van wollenstoffenfabriek L. E. van den Bergh stond een houten aanbouw, die als kantine werd gebruikt. In een stalen kozijn stond het raam, waarschijnlijk geschonken door de gezamenlijke werknemers.
Toen Piet Jonkers in de jaren ‘60 bij de fabriek was, zag hij het grotendeels vernielde raam voor het eerst. Al snel kreeg hij toestemming om de goede delen eruit te halen.
Destijds bestond het raam uit 3 delen: een middenraam (70×67 cm), met aan beide zijden een smal raam (70×28 cm). Wat nog goed was heeft Piet, in nieuw lood, laten samenvoegen tot een nieuw raam (95×70 cm).
Helaas ontbreekt de signatuur, maar Piet Clijsen een beetje te herkennen aan het soort tafereel, in combinatie met de getekende tekst aan de zijkant:
“SPINNEN WEVEN WAT IS ’T WAARD ZOO ‘T DE LAATSTE HAND NIET KLAART”
Ooit, zeker 50 jaar geleden, heeft Piet Jonkers een foto gezien van het raam. Bovenaan was het raam gebogen en de centrale figuur was in zijn geheel te zien, boven het wapen van Tilburg. Op de achtergrond is de Heikese kerk te zien, fabrieksschoorstenen, zadeldaken én een nopster (deze had als taak oneffenheden en knoopjes in het garen, te verwijderen).
Via het Regionaal Archief Tilburg is hij daar ook nog diverse keren naar op zoek geweest, helaas zonder resultaat.
Inmiddels staat het raam al 53 jaar prominent in zijn huis. Weinig is 100% zeker over het raam, behalve dan dat Piet Jonkers er nog elke dag blij mee is.


